06 oktober 2022 

Overige vaarregels

Overige vaarregels

Er zijn veel verschillende vaarregels die je moet kennen als je je op het vaarwater bevindt. Voordat je op gaat voor je vaarbewijs moet je dus alles weten over voorrang en lichten, maar er zijn nog meer vaarregels. Er wordt ook wel gezegd dat het de overige vaarregels zijn, maar je moet ze wel beheersen. Denk bijvoorbeeld aan de maximumsnelheid op het water, ligplaats nemen, keren, regels voor waterskiën, over een andere wal varen en nog zoveel meer. In dit artikel komt het allemaal aan bod, dus lees het op je gemak door zodat je goed voor bent bereid voor als je op gaat voor je vaarbewijs. Het artikel wordt afgesloten met een aantal oefenvragen (en antwoorden). Hierdoor kun je alvast nagaan of dat jij de stof beheerst of nog even verder moet leren. Veel succes!

Inhoudsopgave

 

 

Als je gaat varen dan dien jij de maximumsnelheid op het water te kennen en dat is 20 km/u. Soms zie je aan de zijkant van het water borden die aangeven dat er een lagere maximumsnelheid geldt, maar het kan ook zijn dat er geen maximum snelheid geldt. Het onderstaande bord geeft de maximumsnelheid aan voor het vaarwater waar dat jij je bevindt.

Er is ook een speciaal bord wat aangeeft dat snel varen voor kleine schepen is toegestaan, dat zie je hieronder. Hierbij geldt er dus geen maximumsnelheid. Het wil dus zeggen dat schepen zo snel mogen varen als ze willen, maar daarbij geldt wel de regel dat zij geen gevaar ogen veroorzaken. Je moet altijd goed opletten bij het snel varen.

 

Het stilleggen van een schip noemen we ligplaats nemen en dat kan op verschillende manieren, namelijk middels ankeren en door te meren. Bij het ankeren ga je je schip stilleggen door gebruik te maken van je anker. Het graaft zich dan in de bodem en zo blijft jouw schip op die plaats liggen. Als je liever gaat meren dan ga je je schip stilleggen middels touwen en dat noemen we ook wel trossen. Deze plaats je aan een bevestigingspunt op de wal (de bolder). Als je een ligplaats gaat nemen dan moet je er altijd goed opletten dat je de andere scheepvaart niet gaat hinderen. Ook moet je rekening houden met of dat je wel ligplaats mag nemen op deze plek. Wanneer mag het niet?

  1. Er zijn verschillende borden die aangeven dat ligplaats nemen verboden is.
  2. Onder een brug of een hoogspanningslijn mag je geen ligplaats nemen.
  3. Bij een kruispunt van vaarwateren is het ook niet toegestaan, maar in of vlak voor of na een engte ook niet.
  4. Bij een plaats waar schepen kunnen keren mag je ook geen ligplaats nemen.
  5. Als een schip gevaarlijke stoffen vervoerd mag je vlak bij ook geen ligplaats nemen met je eigen schip.

 

Als je een ligplaats gaat nemen middels ankeren dan moet je goed kijken dat je de andere scheepvaart niet zal hinderen. Het beste kun je ankeren buiten de vaargeul. Je moet hierbij rekening houden met de stroming en met de diepte van het vaarwater. Je kunt ankeren in ondiep water, waarom? Omdat je een ankerlijn gebruikt en die moet drie of vier keer langer zijn dan de gekozen waterdiepte. De ankerlijn zit aan je anker bevestigd.

Ankeren kan ook middels een spudpaal. Dit is een metalen paal en die is aan of in een schip bevestigd. Je kunt de paal laten zakken en die kan zich dan vast graven in de bodem. Je hebt hierbij geen last van krabben of gieren en dat is een groot voordeel. Je moet er alleen wel rekening mee houden dat ankeren met een spudpaal alleen mogelijk is als de paal lang genoeg is om zich in de bodem in te kunnen graven.

 

Je mag met je schip alleen keren wanneer dat je anderen niet hindert en als je geen gevaar oplevert voor de rest van de scheepvaart. Er zijn een aantal plaatsen speciaal gemaakt om te keren, deze zijn met borden aangegeven. Let op want bij het keren geldt wel dat kleine schepen voorrang moeten verlenen aan passerende grote schepen. Je mag wel medewerking verwachten en zelf moet je ook medewerking verlenen als je ziet dat andere schepen aan het keren zijn, veiligheid staat voorop!

 


Als het mooi weer is en dan met name in de zomer, dan gaan veel mensen graag het water op, ook waterskiën is dan erg populair. Je moet goed rekening houden met de andere scheepvaart als je gaat waterskiën. Als je gaat waterskiën met een snelle motorboot dan moeten er nog twee personen meer aan boord zijn (een schipper en iemand van minimaal 15 jaar of ouder, zij moeten dan op de uitkijk staan.

Zwemmen in vaarwater komt ook regelmatig voor. Je moet bij het zwemmen genoeg afstand houden van de scheepvaart. Zwemmen mag NIET onder of dichtbij een brug of een sluis, in een haven, bij aanmeerplaatsen, in een vaarweg die is bedoeld voor doorgaand scheepvaartverkeer en in een gebied waar snel varen of waterskiën is toegestaan. Let dus goed op waar je wel of niet mag zwemmen.

Met een zeilplank gelden er ook regels want ook dan mag je niet zomaar overal het water in. Je mag in de Oude Maas en in het Amsterdam-Rijnkanaal bijvoorbeeld niet met een zeilplank het water in. Je kunt in het BPR een lijst vinden waar je hem wel mag gebruiken.

Er zijn vaarwegen naar zee en zeehavens en dan gelden er bijzondere regels. Je vindt in het BPR welke vaarwegen naar zee of naar de zeehavens voeren. Er gelden dan speciale regels voor bovenmaatse zeegaande schepen. Het zijn echt grote schepen die je op zee vindt, en ze zijn zo groot dat ze moeite hebben met manoeuvreren. Je kunt de schepen goed herkennen en zeker overdag, dan zie je een zwarte cilinder. In de nacht hebben zij de verplichte lichten maar ook drie rondom schijnende lichten. Deze zijn verticaal onder elkaar geplaatst. Alle schepen moeten voorrang verlenen aan deze bovenmaatse zeegaande schepen.

 

Op het water is het de bedoeling dat je zo veel als mogelijk aan de stuurboordzijde moet blijven varen. Wanneer dat schepen elkaar dan in de tegengestelde richting naderen, dan passen zij elkaar bakboord aan bakboord. Als je vaart op een rivier met heel wat bochten en ook nog eens een sterke stroming, dan wil je als groot schip als je stroomopwaarts moet varen zo min mogelijk stroming. Dit is een situatie waarbij schepen dan over andere wal varen. Je moet het wel duidelijk aangeven als je dat van plan bent. Het schip geeft het aan door aan de rechterzijde van de kajuit of van de stuurhut een vierkant blauw bord met witte rand te plaatsen. Andere schepen moeten hier dan op antwoorden en doen hetzelfde. Met als gevolg dat schepen elkaar dan stuurboord aan stuurboord kunnen passeren.

Als er sprake is van slecht zicht dan geldt de regel dat alle schepen zoveel als mogelijk aan de stuurboordkant van het water moeten varen, zoals bijvoorbeeld bij mist. Als je bij slecht zicht op de radar gaat varen, dan moet je wel een radarpatent hebben. Ook moet je je marifoon gebruiken om andere schepen te waarschuwen als dat nodig is.

Op de Oude Maas en in de haven van Delfzijl moet je bij slecht zicht varen de radarreflector in je mast hebben hangen. Wanneer dat schepen niet op de radar varen wil dat zeggen dat zij continu een mistsein moeten geven tijdens het varen zodat ze gezien worden.

Er zijn nog maar vaarregels in het BPR te vinden:

  1. Er mogen geen voorwerpen buitenboord uitsteken als ze een gevaar vormen voor de rest van de scheepvaart.
  2. Afmeren van je schip is niet toegestaan aan een boei, een ton of een baken, maar ook niet aan een verkeersbord!
  3. Je mag niet tussen een slepend en een gesleept schip varen.

Zorg dat je alle vaarregels goed eigen maakt en ben je bewust van alles zich om je heen afspeelt en speel hier op in!

 Oefenvraag 1: Je gaat varen op het binnenwater, wat is daarbij de maximumsnelheid?

  1. 20 km/u
  2. 30 km/u
  3. 40 km/u

Oefenvraag 2: Waar moet je rekening mee houden als je wil ankeren?

  1. Stroming in het water
  2. De wind en de stroming van het water
  3. De lengte van de ankerlijn, de wind en de stroming van het water

Oefenvraag 3: Hoe kun jij overdag een bovenmaats zeegaand schip herkennen?

  1. Zwarte cilinder
  2. Zwarte ruit
  3. Twee zwarte ruiten en dan onder elkaar

Antwoorden oefenvragen

Antwoord oefenvraag 1:

De maximumsnelheid op het binnenwater is 20 km per uur.

Antwoord oefenvraag 2

Als je wil ankeren dan moet je rekening houden met de lengte van de ankerlijn, de wind en de stroming van het water

Antwoord oefenvraag 3

Een bovenmaats zeegaand schip kun je overdag herkennen aan de zwarte cilinder.

Wil je oefenen om te kunnen slagen voor het vaarbewijs? Doe dan de vaarbewijs cursus van Turbo Vaarbewijs. Met de vaarbewijs cursus kun je tegen een vergoeding levenslang de belangrijkste onderdelen van het vaarbewijs onbeperkt oefenen. Op die manier zorg je er voor dat je beter presteert bij het CBR examen en je zult hoger scoren bij de verschillende onderdelen. Bekijk hieronder 👇 onze trainingspakketten.

vaarbewijs 1 cursus
€ 154,-
€ 97,-
  • Na de aankoop direct toegang
  • life time toegang
  • Onze klantenservice staat voor je klaar
  • Meer dan 361 tevreden klanten gingen u voor

(prijs zal binnenkort weer stijgen)

Twijfel je nog? Geen risico met onze 30 dagen 'niet goed-geld terug garantie'!

''Geweldig, de 12 valkuilen heeft mij heel ver geholpen tijdens het theorie examen voor mijn vaarbewijs. Het e-book geeft heel veel waardevolle informatie, wat heel nuttig zal zijn tijdens het halen van je vaarbewijs.'' 

- Arjen Vermeulen

''Het is me gelukt! Dankzij jouw trainingen heb ik eindelijk mijn vaarbewijs gehaald. Ik heb ook veel aan jouw e-book gehad, de valkuilen waren heel herkenbaar. Bedankt voor de informatie!''
Het pakket b die wij aanbieden om jezelf voor te bereiden op het vaarbewijs
- Marc Verbeek
''Ik heb eindelijk mijn vaarbewijs, ik heb heel veel aan jouw gratis e-book gehad, daar wil ik je voor bedanken. Ik heb gelukkig de valkuilen kunnen voorkomen, wat ook de bedoeling was!''
een foto van een man die een reactie heeft achter gelaten over ons e-book van vaarbewijs
- Joost Groenveld